Moestuinieren of lezen over een moestuin?

“Never give up.”
Het is zo’n quote die ik regelmatig voorbij zie komen. Vooral in de yoga-hoek is het een geliefde mantra. Ik heb de quote in mijn achterhoofd opgeslagen en probeer ernaar te leven.
Maar soms geef ik iets wél op.
Noem het slap, noem het verstandig, noem het zelfbescherming. Er zijn nu eenmaal dingen waar je beter op tijd afscheid van kunt nemen voordat ze je bloeddruk structureel verhogen.
Zoals… een moestuin.
Ja, u leest het goed. Een moestuin!
Sinds ik op het platteland woon, droom ik van een grote moestuin. Zo eentje uit een tuinboek. Overvolle groentebedden, keurig op rijtjes, bloemen ertussen, een romantisch paadje van houtsnippers en manden vol tomaten, bonen, pompoenen en kroppen sla. Genoeg opbrengst om het hele gezin de zomer én de winter door te helpen. En dan nog genoeg over om uit te delen aan familie, buren en toevallige voorbijgangers.
En dat allemaal nog voordat ‘preppen’ een officieel werkwoord werd.
De werkelijkheid bleek iets… weerbarstiger.
Er waren jaren waarin werkelijk álles werd opgegeten door slakken. Niet een beetje. Alles.
In de kas gaat het nog uitstekend. Ik geniet ervan om te zaaien en te stekken. Dat eerste groene sprietje dat boven de grond verschijnt, blijft iets magisch hebben. Binnen een paar weken zijn het kleine puberplantjes geworden die lijken te roepen:
“Ik wil naar buiten! Ik ben klaar voor de grote wereld!”
De slakken zijn dat blijkbaar ook.
Ik heb werkelijk alles geprobeerd. Slakkenkorrels (ja, ik biecht het maar op), potjes bier, eierschalen, glas rondom de plantjes…
Het resultaat?
Een rommelige moestuin, een paar dronken slakken en nog steeds geen sla.
Toen kwam eindelijk dat ene droge jaar.
Yes!
Geen slakkenplaag!
Ik zag de oogst al voor me.
Butlerservice?
Alleen bleek de moestuin inmiddels veranderd in een fulltime baan als waterdrager. Blijkbaar verwachten tomaten en courgettes een persoonlijke butlerservice zodra de zon gaat schijnen.
En toen was er nog het Grote Raadsel van de Aangevreten Groenten.
Alles had precies één hapje.
Tomaten.
Sla.
Pompoenen.
Bonen.
Tot de buurvrouw op een dag vroeg:
“Heb jij dat schattige konijntje hier wel eens zien rondhuppelen?”
Aha.
Dader gevonden.
Lief konijn, eet gerust een krop sla.
Of een pompoen.
Maar moet je nu werkelijk van álles één hapje nemen?
Zelfs als het weer meewerkt, blijft er genoeg over om je bezig te houden. Onkruid groeit sneller dan welke groente dan ook. Schimmels verschijnen uit het niets. Insecten weten jouw favoriete plant altijd als eerste te vinden.
En een weekendje weg?
Dat overleeft de moestuin niet.
Bij thuiskomst vraag je je vooral af waar de moestuin eigenlijk gebleven is, want alles wat je ziet is onkruid van anderhalve meter hoog.
Natuurlijk bestaan er allerlei bestrijdingsmiddelen voor alles wat begint met ‘on-‘: onkruid, ongedierte en ongeveer alles wat verder nog dwarszit.
Maar eerlijk gezegd word ik daar ook niet heel enthousiast van.
Op zulke momenten beginnen die supermarktgroenten, die je vanuit hun plastic verpakking vriendelijk toelachen alsof er een AI-filter overheen is gegaan, ineens verrassend aantrekkelijk te lijken.
Na jaren van proberen, opnieuw proberen, kleine succesjes en grootse mislukkingen ben ik tot een verrassende ontdekking gekomen.
Ik ben helemaal niet goed in moestuinieren.
Ik ben wél heel goed in het lezen van boeken over moestuinieren!
En daar word ik nog gelukkig van ook.
Ik blader graag door prachtige tuinboeken, lees over wisselteelt, verhoogde bakken, biologische bestrijding en indrukwekkende oogsten. En voor Boekrecensies Blog mag ik die boeken lezen én recenseren. Een ideale combinatie: geen modder aan mijn laarzen, geen slakken in mijn sla en geen stress over de weersverwachting.
Circulaire cadeautjes!
Na afloop geef ik de boeken vaak door aan vriendinnen die wél gezegend zijn met groene vingers.
Zij geven mij vervolgens tomaten, paprika’s, courgettes, kroppen sla en andere succesvolle oogsten, meestal vergezeld van een trotse glimlach.
Zo is er toch een prachtige circulaire moestuin-economie ontstaan!
Zij de tuin.
Ik de boeken.
En uiteindelijk eten we allemaal groenten.
Soms is opgeven dus helemaal niet zo’n slecht idee.
Behalve als het gaat om het lezen van boeken over moestuinieren.
Daar blijf ik nog heel lang mee doorgaan.

Previous Post


