Kijk niet weg

Dit is een gastblog van Ruerd Ruben, Emeritus hoogleraar Ontwikkelingseconomie aan de Wageningen Universiteit. Het betreft het boek ‘Kijk niet weg’ geschreven door Journalist en onderzoeker Ellen Mangnus. Zij gaat in dit boek het gesprek aan met Jan Pronk over diverse onderwerpen.

Ellen Mangnus heeft in ‘Kijk niet weg’ een scherp beeld geschetst van de motieven en drijfveren achter de tomeloze inzet van Jan Pronk voor armoedebestrijding, klimaatbeleid, vredeshandhaving en vluchtelingenopvang. Pronk vervulde diverse posities als assistent secretaris-generaal bij de Handelorganisatie UNCTAD, Minister voor Ontwikkelingssamenwerking (3x) en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Milieubeheer (VROM). Daarna was hij als VN gezant betrokken bij grote internationale conferenties over klimaat en duurzame ontwikkeling en bij de bemiddeling van conflicten in Soedan en Ethiopië. 

Twee jaar 

Pronk komt uit de serie van twee jaar gesprekken met hem, zijn vrouw en een aantal voormalige collega’s naar voren als een man die graag denkt en praat in metaforen waarbij hij ‘de werkelijkheid stelt boven de verbeelding’, ‘het pessimisme altijd beschouwd als iets positiefs’, altijd wil uitgaan van ‘de mogelijkheid van hoop’ (‘je maakt hoop tot geloof en geloof tot draagkracht’) en zichzelf neerzet als ‘niet cynisch maar wel sceptisch’. 

Hij toont zich een systematisch denker die lesgeeft in over: wat te doen in oorlogssituaties (integraal benaderen, bescheiden zijn en consequent blijven), welke drie manieren er zijn om de grenzen van de politiek te overwinnen (studie, visie, lef), wat de drie grote geopolitieke veranderingen zijn sinds het begin van deze eeuw (grotere mondiale rijk-arm tegenstellingen; dominantie van drie wereldmachten, opkomend ideologisch fundamentalisme), en uiteindelijk afsluit met tien lessen om fundamentele ongelijkheden te bestrijden. 

Drijfveren

Pronk wordt gedreven door een bijzondere combinatie van ethiek en rationaliteit. Hij is emotioneel diep betrokken maar probeert de achtergronden van problemen en processen te begrijpen en te beïnvloeden, en zoekt altijd naar opties om te onderhandelen gebaseerd op kennis en inhoud. Dat heeft hij van kinds af aan geleerd op de Zondagsschool, deed verdere bestuurservaring op in de leerlingenraad en de studentenvereniging, ontving een stevige scholing van zijn leermeesters Tinbergen en Den Uyl, en onderhield nauwe contacten met creatieve denkers als Prins Claus en Jan Breman.  

Kijk niet weg - Rode Hoed

Mangnus stelt zich op sommige plaatsen op als een jonge leergierige collega terwijl zij op andere momenten niet schroomt om het gedachtegoed van Pronk van kritisch commentaar te voorzien. Zij heeft bijna alle geschriften van Pronk gelezen, en laat zich ook graag door hem wijzen op inspirerende romans, poëzie (Komrij is favoriet), foto’s en toneel. Het boek is geen biografie, maar een dialoog tussen generaties over wat ‘ontwikkeling’ is en of ontwikkelingssamenwerking ondertussen niet overbodig is.  

Ontwikkeling als verandering

Pronk verzet zich sterk tegen de analyse van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waar ‘ontwikkeling’ wordt gedefinieerd als ‘modernisering’ (volgens Westers model). Hij zet daartegenover een brede denkwijze van een proces van verandering: een echte verbetering moet iets betekenen in de ogen van mensen doordat er ook steeds meer mensen bij worden betrokken. De laatste decennia is – mede door de geïntegreerde hulp en handel agenda –  ontwikkelingssamenwerking onderdeel geworden van het neoliberale denken en steeds meer inmiddels systeem-bevestigend (‘neokoloniaal’, ‘racistisch’) geworden. Ontwikkeling moet nu weer een product van politieke en ideologische strijd worden zodat het duidelijk wordt voor wie het uiteindelijk bedoeld is.

Mangnus vraagt op verschillende plaatsen in het boek wat we daartegenover kunnen stellen? Pronk’s verhalen zetten haar verder aan het denken en ze vraagt dan hoe je de goede keuzes kunt maken. Pronk’s antwoord is – op verschillende manieren – steeds hetzelfde: doe er alles aan om ‘de ander dichterbij te brengen’ (niet wegkijken), reflecteer op je verhouding tot anderen (respect hebben) en probeer als katalysator te werken om mensen in staat te stellen om te veranderen.

Het tij keren

Ook al is Mangnus het hiermee ten principale wel eens, ze leeft toch in een andere wereld als het gaat om de praktijk. Veelvuldig vraagt ze zich af of de groeiende middenklassen wel bereid zijn een stapje terug te doen, te meer daar ook zij steeds meer te lijden onder het neoliberale beleid. Een andere terugkerende vraag is: hoe kunnen we het tij keren? Pronk biedt haar daartoe inspiratie en inzichten , maar het wordt aan de lezers overgelaten om daar zelf invulling en uitvoering aan te geven.

Niet alle vragen kunnen aan de orde komen. Zo blijft het in het boek onduidelijk hoe maatschappelijke actie en politieke onderhandelingen elkaar kunnen versterken. Zijn de ‘Ban de Bom’ anti-kernwapenbeweging in de jaren ’60, ‘Occupy’ protesten vanaf 2010 en nu ‘Extintion Rebellion’ niet hoognodig om de druk uit te oefenen op politici en de publieke opinie. En is de sociaaldemocratie niet vooral uit de mode geraakt doordat de inzet voor wereldburgerschap is verwaarloosd?  

Kantelpunt

Het boek wordt daarmee een interessante ontmoeting tussen verschillende generaties die zoeken naar handvatten voor een betere wereld. In het huidige tijdsgewricht met slepende oorlogen in Oekraïne, Gaza en Sudan keren steeds meer landen zich af van het Westen. We bevinden ons op een kantelpunt waar op basis van fundamentele basiswaarden (democratie, recht, solidariteit) een ondubbelzinnige keuze moet worden gemaakt voor de slachtoffers van geweld en armoede. Aan het eind geeft Pronk daartoe nog een krachtig slotakkoord met 10 aanbevelingen voor een sociaaldemocratische sociale en groene agenda. 

Ruerd Ruben, (Em.) professor Impact assessment for food systems 

Wageningen University & Research, The Netherlands

Nu we het toch over de samenleving hebben: