Het Ministerie van Oplossingen; bestond het maar echt.

Ministerie van Oplossingen

Boeken koop je meestal op titel en omslag. Vooral bij kinderboeken zijn het vaak die twee dingen die je doen besluiten een boek van de stapel te pakken of niet. ‘Het Ministerie van Oplossingen’ van Sanne Rooseboom is zo’n titel waarvan je meteen denkt: dit boek wil ik lezen! Want het is toch fantastisch om te weten dat er ergens een officiële instantie is die zich bezighoudt met oplossen van grote en kleine problemen?

Ook de kaft doet vermoeden dat het om een fijn kinderboek gaat. We zien een statig huis waarin ongetwijfeld het genoemde ministerie is gehuisvest. De benedenverdieping oogt keurig, maar op de bovenste verdieping is het een vrolijk rommeltje; wat gaat er achter dat gordijntje schuil en waarvoor dienen al die antennes op het dak?

Twee checks dus als het gaat om titel en omslag. Om met de laatste te beginnen: Hoe kleurrijk de omslag ook mag zijn, het is toch een kleine tegenvaller als blijkt dat er in het binnenwerk maar karig gestrooid is met illustraties. Een paar kleine zwart-witplaatjes bij elke hoofdstuktitel. Het verhaal had wat mij betreft best fullcolour gedrukt mogen worden. Waarmee meer recht gedaan zou worden aan de illustraties van Mark Janssen.

Een geheimzinnige brief die gelezen moet worden

Gelukkig blijkt de titel de belofte van een pakkend verhaal ook echt waar te maken. We maken kennis met de 11-jarige Nina die op een dag een geheimzinnige brief ontdekt. De brief is gericht aan het Ministerie van Oplossingen. Maar een dergelijke instantie bestaat natuurlijk niet. Of misschien toch wel? Nina wil er meer van weten en maakt de brief stiekem open en leest:

Beste Ministerie van Oplossingen, Mijn naam is Ruben. Ik ben negen jaar en twee maanden oud en ik heb een probleem.

Een geheim dat niet meer bestaat

De inhoud van de brief vraagt natuurlijk om nader onderzoek en samen met haar vriendinnetje Alfa gaat Nina op zoek naar Ruben. Hij vertelt dat hij gepest wordt door Sophia en daarom de hulp heeft ingeroepen van het Ministerie. Zijn oude en blinde buurvrouw, mevrouw Vis, blijkt er meer van te weten. Zij werkte ooit voor het Ministerie dat inmiddels al een tijdje is opgeheven. Maar er bestaat een kans om het weer opnieuw op te richten. Daarvoor moeten Ruben, Alfa en Nina drie problemen oplossen. Anoniem en zonder dat iemand het merkt.

Onontdekt, onopvallend en onbaatzuchtig

Het is natuurlijk een heerlijke en geruststellende gedachte dat er zoiets bestaat als een geheim genootschap dat alle problemen kan oplossen, ook al valt het niet altijd mee om onopvallend en anoniem de helpende hand te bieden. Zeker als blijkt dat de Zilvermannen er alles aan doen om je te ontmaskeren.

Dit thema van onzelfzuchtig handelen wordt erg goed uitgewerkt. Al zijn de dialogen soms wat ouwelijk en de kinderen wel erg wijs voor hun leeftijd (want hoeveel 9-jarigen hebben er een eigen mobiel, laptop en ook nog een portie kennis over websites bouwen in huis?). Daar staat dan weer een flinke dosis humor tegenover. Vooral vriendinnetje Alfa is een vrolijke spring-in-het-veld die nogal de neiging heeft om een beetje door te draven.

Dit vraagt om meer

Het gegeven dat je alledaagse problemen van jong en oud op kunt lossen met behulp van een doos verkleedkleren en een paar listige trucjes spreekt iedereen aan en biedt bovendien genoeg inspiratie voor andere verhalen. En gelukkig kunnen de fans van Het Ministerie voorlopig vooruit. Er zijn naast dit eerste deel al twee andere boeken in de reeks verschenen: Het Ministerie van Oplossingen en de verdwenen Van Gogh en Het Ministerie van Oplossingen en het veel te volle huis.

Het boek is een aanrader voor zowel jongens al meisjes. Om voor te lezen vanaf een jaar of 8 en om zelf te lezen vanaf 9 à 10 jaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *