Tussentijds: de belofte van het leven

Tussentijds’ is een roman over hét vraagstuk van deze tijd: welke belofte doen ouders hun kind door het een leven te geven? Is er straks nog een wereld om door te geven? Het gaat over wat kan komen en wat had kunnen zijn, over angst en hoop. Peter Zantingh maakt deze kwestie tot een intiem en persoonlijk verhaal. Ietwat warrig af en toe, maar met een sterke boodschap.

Twijfel

Ik heb alles. En toch: op het precieze moment dat de hardhouten stationsbanken van Utrecht Centraal uit beeld beginnen te schuiven, weet ik zeker dat ik iets vergeten ben. Een halve seconde ben ik ervan overtuigd dat ik me in het perron vergist heb of mijn tas nog buitenstaat, in een poging me af te zetten tegen de onomkeerbaarheid. In stilstand kon alles nog.

De hoofdpersoon, een jonge vader, gaat met de trein naar zijn vrouw. Zij is op het moment voor haar werk in Zuid-Duitsland. De reis gaat door een gebied dat een week eerder door overstromingen werd geteisterd – in een zomer vol rampen, in een jaar van nieuwe records. Er zijn steeds meer zorgen over het klimaat en twijfels over de toekomst. Welke kant gaat het op met de wereld?

Kind

Hij zou er niet moeten zijn. Hij was er wel en we noemden hem Mats. We liepen naar het centrum en het was of alle muren in een andere tint geverfd waren, alle stoelen en tafels ergens anders gezet. Een complete stad, tien centimeter verplaatst.

Deze openingszin van het boek deed me meteen op het puntje van mijn stoel zitten. Wat een mooie omschrijving van de verandering die iemand ondergaat die ouder wordt. Zo schrijft Zantingh ook de rest van het boek. De wereld om je heen is het hoofdonderwerp. Je voelt de onzekerheid van de hoofdpersoon, die zijn zoontje ziet en niet goed weet wat hun beiden te wachten staat.

Klimaat

We hadden het gedaan. We hadden niet eens tot het laatste moment gewacht om dán, eindelijk, in te grijpen. Een aanzienlijk gevaarlijker toekomst voor onze kinderen: we wisten wat we deden en we hadden het zover laten komen.

Het klimaat is een groot onderwerp van dit boek. Welke wereld geven wij door en welke veranderingen kunnen wij nog toepassen? Is er nog een weg terug of is dit waar we het mee moeten doen? Met een wens voor een betere wereld en een angst voor het onbekende reist de jonge vader in de richting van zijn vrouw.

Verwarring

Hij ligt tegen me aan en ik voel dat hij slaapt. Zijn kruin hoog, zijn adem laag. Zo sliep hij toen hij klein was, tot hij er te groot voor werd. Nu is hij te moe om er te groot voor te zijn.

Je voelt de verwarring, twijfel en angst van de hoofdpersoon. Maar ook als lezer word je in verwarring gebracht. Het verhaal laat je nadenken over je eigen aandeel aan de huidige wereld. Gedurende het boek leefde ik mee met de reis van deze jonge vader. Daarna werd ik ineens aan het twijfelen gebracht. Klopt alles wel wat ik net heb gelezen? Dit laat mij eerlijk gezegd nog steeds een beetje in verwarring achter, al vind ik het dan weer niet storend en ook wel passend bij het verhaal.

Meer boeken over dit onderwerp: