Since 2017

Generatieboeken: de boeken waarmee ik opgroeide

Iedere generatie heeft haar boeken.

Boeken die je jaren later niet alleen herkent aan de titel, maar ook aan de tijd waarin je ze las. Ze roepen herinneringen op aan school, vakanties, de boekenkast van je ouders of die ene vriend of vriendin die zei: “Dít boek moet je echt lezen.”

Als ik terugdenk aan mijn eigen leesleven, besef ik dat veel van mijn favoriete boeken helemaal niet zozeer mijn eigen keuze waren. Ze hoorden gewoon bij hun tijd. Iedereen las ze. Je hoorde erover op school, thuis of tijdens verjaardagen. Tiktok, Instagram, een nieuwsfeed of ander digitaal promotie-geweld? Die waren er toen niet. Je hoorde het van anderen en voor je het wist, zat jij er ook middenin.

Er waren ook boeken die je las omdat je er eigenlijk nog veel te jong voor was.nAls jongste zusje wist ik feilloos waar mijn oudere broers hun “verboden” boeken hadden verstopt. Onder het matras. Alsof onze ouders daar nóóit zouden kijken. Zodra de kust veilig was, haalde ik zo’n boek tevoorschijn. Jan Wolkers. Jan Cremer. Met rode oortjes las ik bladzijden waarvan ik waarschijnlijk nog niet eens de helft begreep. Achteraf moet ik daar hartelijk om lachen. Ik begreep er niets van.

En toch… Die boeken hoorden bij hun tijd. Je kon er bijna niet omheen.

Geliefd en gehaat

Een paar jaar later stond er ineens een heel ander boek in de belangstelling: ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud’ van Robert M. Pirsig.

Hoeveel mensen dat boek werkelijk helemaal hebben uitgelezen, weet ik niet. Maar bijna iedereen kende de titel. Het was zo’n boek waarover gesproken werd. Filosofisch, ingewikkeld en tegelijkertijd onweerstaanbaar interessant. Het was een boek dat je las omdat je nieuwsgierig was. En misschien ook een klein beetje omdat je wilde begrijpen waarom iedereen er zo enthousiast over was.

Het einde: ik krijg er nog steeds een brok van in mijn keel als ik er aan denk.

In diezelfde jaren ontdekte ik ook de sciencefiction.

Nostalgie én visionair

‘2001: A Space Odyssey‘ van Arthur C. Clarke maakte grote indruk op me. De toekomst leek binnen handbereik. Computers zouden steeds slimmer worden, ruimtereizen leken slechts een kwestie van tijd en de wereld lag nog helemaal open. Het was een tijd waarin sciencefiction niet alleen fantasie was, maar ook een blik vooruit.

Pure nostalgie voor mij. Maar wacht, ook: visionair! Hoe konden de makers die allemaal toén weten? Het boek blijft interessant om te lezen. Let wel op: het tempo is traag. Dat zijn we niet meer gewend. Maar neem een paar versnellingen terug en geniet van dit boek. Of huiver…

Overal Ayla’s

En toen kwam Ayla.

Wie in de jaren tachtig en negentig veel las, kan bijna niet om Jean M. Auel heen. Haar dikke romans over de prehistorie werden verslonden. Ik ook. Iedere nieuwe uitgave was een klein feestje. Vriendinnen lazen haar, collega’s lazen haar en ineens kregen pasgeboren meisjes de naam Ayla.

Dat was meer dan een boekenserie.

Dat was een hype. Ik ben zelf tot en met deel 4 gekomen. Voordeel van deze reeks: héĺe dikke boeken. Zet ze alle zes op een rijtje en je boekenkast is meteen vol. Een ander voordeel: als je eenmaal aan deze boeken begint, ben je al snel in een andere wereld en zal je er enorm van genieten.

Wie heeft ze alle zes gelezen? Een gastblog hierover is van harte welkom!

Zweedse nostalgie

Later volgde Marianne Fredriksson. Ook haar romans vonden gretig aftrek en stonden in heel wat Nederlandse boekenkasten. En ondertussen bleef ik steeds verder lezen. Niet alleen wat populair was, maar ook wat mij nieuwsgierig maakte.

Sommige hypes begreep ik meteen.

Gedeelde enthousiasme? Uhhh, nee niet echt

Neem ‘Komt een vrouw bij de dokter’. Vrijwel iedereen leek het gelezen te hebben. Hetzelfde gold later voor de boeken van Heleen van Royen. Er werd veel over gesproken, soms zelfs meer dan over de boeken zelf. Misschien herinner jij je de beroemde bananenscène nog wel.

Ik las ze ook.

Maar eerlijk gezegd vroeg ik me af waarom deze boeken zó’n enorme indruk maakten. Blijkbaar hoorde ik deze keer niet bij de meerderheid. En dat is ook helemaal niet erg. Smaak laat zich gelukkig niet voorschrijven.

Op een gegeven moment merkte ik iets opvallends.

Ik deed niet meer automatisch mee met iedere nieuwe boekenhype.

Toen jaren later de hele wereld de reeks ‘De Zeven Zussen’ leek te lezen, sloeg ik die grotendeels over. Niet omdat ik dacht dat de boeken niet goed waren. Integendeel, ik heb er recensies over op Boekrecensiesblog geplaatst en begrijp heel goed waarom zoveel lezers ervan genieten.

Maar tijd is kostbaar

En ik moest kiezen.

Steeds vaker koos ik voor een historische roman van een schrijver die nog nauwelijks bekend was. Voor een buitenlandse auteur waarvan nog bijna niemand had gehoord.

Of voor een selfpublisher die met veel liefde een prachtig boek had geschreven, maar zonder groot marketingbudget nauwelijks zichtbaar was.

Juist daar ontdekte ik soms de mooiste verhalen. Misschien is dat wel de grootste verandering in mijn leesleven. Vroeger las ik vooral de boeken waar iedereen het over had. Nu lees ik juist graag de boeken waar nog bijna niemand het over heeft. Omdat ik nieuwsgierig ben. Omdat ik verrast wil worden.

En misschien ook omdat ik het mooi vind als zo’n onbekende schrijver via een recensie op Boekrecensiesblog nét dat beetje extra aandacht krijgt.

Als ik al die jaren overzie, besef ik dat generatieboeken veel meer zijn dan bestsellers. Ze vertellen niet alleen een verhaal. Ze vertellen ook iets over de tijd waarin we leefden. Over wat ons bezighield. Waar we van droomden.Waar we nieuwsgierig naar waren. En soms ook over waar we stiekem met rode oortjes onder een dekbed of… met een boek dat onder een matras vandaan was gevist… tot diep in de nacht in zaten te lezen.

Comments are closed.