Since 2017

De boeken die ik nooit meer vergeet

(maar waarvan ik het verhaal nauwelijks meer weet)

Soms pak ik een boek uit de kast en kan ik me de verhaallijn nog moeiteloos herinneren. Ik weet weer wie de hoofdpersonen waren, hoe het begon en hoe het afliep.

Maar er zijn ook boeken waarvan het verhaal in de loop der jaren bijna helemaal is vervaagd. En toch zijn dat juist de boeken die misschien wel de diepste indruk op mij hebben gemaakt.

Ik las ze ergens in de jaren tachtig. Dat is inmiddels een mensenleven geleden. Vraag me niet meer naar alle gebeurtenissen of alle personages, want die weet ik niet meer. Maar sommige scènes zijn voorgoed in mijn geheugen gegrift. Alsof ze daar nooit meer weggaan.

Het eerste boek is ‘Een man’ van Oriana Fallaci

Dit boek is een indrukwekkende roman, gebaseerd op het leven van de Griekse verzetsstrijder Alexandros Panagoulis, die zich verzette tegen de militaire dictatuur in Griekenland. Na een mislukte aanslag op de dictator werd hij gevangengenomen, jarenlang gemarteld en opgesloten onder onmenselijke omstandigheden. Het boek is een aangrijpend verhaal over moed, vrijheid, liefde en de onvoorstelbare prijs die sommige mensen betalen omdat ze weigeren hun idealen op te geven.

Van de grote lijn van het verhaal weet ik eerlijk gezegd niet zo veel meer.

Maar sommige scènes…

Ik zie hem nog steeds voor me, hoe hij telkens weer voor het vuurpeloton werd gezet. Eindeloos wachten. Weten dat je misschien over enkele ogenblikken doodgeschoten wordt. En dan, op het allerlaatste moment, werd de executie afgeblazen. Niet één keer, maar steeds opnieuw. Pure psychische marteling. Zo vaak, dat hij uiteindelijk smeekte of ze hem alsjeblieft zouden doodschieten. Ik vond dat destijds bijna niet te bevatten.

En dan die andere scène. Zijn eenzame opsluiting. Zijn enige gezelschap werd een kakkerlak, waarmee hij als het ware bevriend raakte. Wat een mens nodig heeft om zijn verstand te bewaren…

Nog altijd herinner ik me een zin uit het boek. Misschien niet eens letterlijk, maar wel zoals hij in mijn hoofd is blijven hangen:

“Er was een beul onderweg die zelfs een standbeeld aan het praten kreeg.”

Alleen die zin al…

Sinds ik ‘Een man’ heb gelezen, zeg ik altijd: vertel mij nooit dat het wel meevalt met dictaturen. Vertel mij nooit dat politieke gevangenen tegenwoordig vast wel netjes worden behandeld. Natuurlijk is elke dictatuur anders, maar dit boek heeft mij voorgoed laten beseffen waartoe mensen in staat zijn als macht belangrijker wordt dan menselijkheid.

Dat besef ben ik nooit meer kwijtgeraakt.

Het tweede boek dat zo’n onuitwisbare indruk op mij maakte, is ‘Niemand is onsterfelijk’ van Simone de Beauvoir.

In deze filosofische roman staat een man centraal die onsterfelijk blijkt te zijn. Wat aanvankelijk een onvoorstelbaar geschenk lijkt, verandert langzaam maar zeker in een last. Hij ziet generaties komen en gaan, verliest iedereen die hem dierbaar is en ontdekt dat een leven zonder einde uiteindelijk ook een leven zonder richting kan worden.

Ook van dit verhaal weet ik de meeste details niet meer.

Maar de gedachte achter het boek heeft mij mijn hele leven vergezeld.

Hoe vaak hoor je mensen niet zeggen dat ze eeuwig zouden willen leven? Dat ze altijd jong willen blijven? Dat de wetenschap het ouder worden moet verslaan?

Dan denk ik altijd aan dit boek.

Lees het.

Who wants to live forever?

Want Simone de Beauvoir laat op indrukwekkende wijze zien dat onze sterfelijkheid misschien niet alleen een beperking is, maar ook een betekenis geeft aan het leven. Juist omdat onze tijd eindig is, doen momenten ertoe. Juist omdat we afscheid moeten nemen, koesteren we wat we hebben.

Sinds ik dat boek las, heb ik nooit meer verlangd naar eeuwig leven.

Gezond oud worden? Ja, heel graag. Dat is een groot geluk als het je gegeven is.

Maar eeuwig leven?

Nee.

Who wants to live forever?

Die beroemde vraag raakt mij nog altijd. Niet omdat ik bang ben voor de dood, maar omdat ik door dit boek ben gaan beseffen dat eindigheid misschien wel een van de voorwaarden is om werkelijk te leven.

De boeken die ik nooit meer vergeet, zelfs na veertig jaar niet…

Het bijzondere is dat ik van beide boeken grote delen vergeten ben.

Misschien is dat wel hoe lezen werkt.

Niet elk boek blijft als verhaal bij je. Sommige boeken verdwijnen langzaam uit je geheugen, maar laten iets veel belangrijkers achter. Een manier van kijken. Een overtuiging. Een gevoel dat je leven lang met je meeloopt.

‘Een man’ heeft mijn blik op dictaturen, politieke onderdrukking en de kwetsbaarheid van vrijheid voorgoed veranderd.

‘Niemand is onsterfelijk’ heeft mijn kijk op ouder worden, sterfelijkheid en de waarde van het leven gevormd.

Dat ik die boeken ruim veertig jaar geleden heb gelezen, voelt nog altijd als een cadeau.

Ik ben de verhalen grotendeels vergeten.

Maar wat ze mij hebben geleerd, vergeet ik nooit.