Butcher’s crossing

Butcher’s Crossing is geschreven door de Amerikaanse auteur John Williams (1922-1994). Hij was bekend om zijn boeken: Butcher’s Crossing (1960), Stoner (1965), en Augustus (1972). De laatste won de Amerikaanse National Book Award. Aangezien ik graag de film Butcher’s Crossing wil zien, die in 2022 uitkwam, besloot ik eerst het boek te lezen.

Butcher’s crossing

Het boek heeft een fenomenale cover met daarop het hoofd van een indrukwekkende bizon met zeer indringende ogen. Heel kort samengevat zou je kunnen zeggen dat dit precies is waar het boek over gaat: bizons! Maar helaas vooral over de afslachting ervan…

Anti-western

Aangezien het boek een ‘anti-western’ wordt genoemd, was ik zeer nieuwsgierig. Net als in de boeken van Cormac McCarthy houd ik zelf namelijk meer van het échte verhaal dan de zogenaamde ‘westerns’ waarin de geschiedenis van Amerika wordt verheerlijkt. Uiteraard besefte ik mij dat het boek wel eens hard en meedogenloos zou kunnen zijn, maar ik was al wat gewend door het boek ‘Meridiaan van bloed’ waarin McCarthy over de afslachting van de indianen schrijft.

Wat is er dan nog mooi aan dit soort boeken, zul je je afvragen. En dat is nu precies de kwaliteit van een schrijver. Zowel McCarthy als John Williams combineren hun meesterlijke schrijfstijl met verhalen die bijzonder en uniek zijn.

Amerika 1870

Het verhaal vangt aan als een 23-jarige jongeman Will Andrews is gestopt met zijn opleiding aan Harvard en aankomt in een half verlaten dorpje ‘Butcher’s Crossing’ in Kansas. Hij besluit mee te gaan op jacht naar bizons en om geld te verdienen met de huiden. De ervaren jager Miller leidt de reis en samen met hen sluit zich nog een kok en een huiden-viller aan. Met z’n vieren gaan ze op pad naar een vallei waar Miller ooit duizenden bizons heeft gezien.

De reis verloopt moeizaam en ze dreigen bijna te bezwijken aan gebrek aan water in de woestijn. Maar ze bereiken toch nog net de rivier en de pas omhoog door de bergen, die hen naar de vallei leidt.

Afslachting bizons

Hierna verloopt het doel van hun reis voorspoedig. Honderden bizons worden afgemaakt en gevild, maar Miller weet echter van geen ophouden. Hij wil doorgaan tot de laatste bizons is gedood en maakt hierbij een grove inschattingsfout. Ze worden namelijk door de vroeg intredende winter overvallen.

Aanrader?

Het verhaal is geschreven vanuit één perspectief en in chronologische volgorde. Dit leest gemakkelijk en snel. Daarbij is het zo spannend en diepzinnig geschreven dat je het blijft lezen. Je voelt de kou tot in je tenen en leeft intens mee met de mannen die er alles aan doen om te overleven. Daarnaast ervaar je een rollercoaster van emoties die allen zeer intens zijn. Van walging tot en met vreugde en van lust tot en met bezinning.

Je zult vooral vaak woede voelen, voor de ongebreidelde waanzin om de gehele kudde bizons af te slachten. Wanneer dat ook (spoiler-alert!) nog eens voor niets blijkt te zijn, krijg je zin het boek door het raam heen te smijten! Toch is het, voor wie tegen een stootje kan, een prachtige epos. Je zal het boek niet zo snel meer vergeten. Al was het maar om te beseffen dat hebzucht en verspilling van alle tijden is. En in het bijzonder binnen de context van overdaad en overvloed…

Meer over anti-westerns: