Lentekind – in eenvoudige taal

‘Lentekind’ is geschreven door Harmen van Liempt en hertaald door Carola Janssen. Het boek is uitgegeven door Eenvoudig Communiceren.
Deze recensie is geschreven door: Sarah Morton
Vroege jeugd
Op de omslag prijkt een oranje vlecht. Dat is meer dan een opvallend beeld. Pippi Langkous speelt een belangrijke rol in Woody’s jeugd. Hij verkleedt zich graag, trekt de laarzen van zijn moeder aan die hem aan Pippi doen denken en zet een pruik met feloranje vlechten op. Al vroeg gebruikt hij zijn fantasie om zichzelf en de wereld om hem heen vorm te geven.
Later droomt hij ervan acteur te worden en naar de toneelschool te gaan. Maar dromen alleen zijn niet genoeg. De toelatingseisen zijn streng en de weg naar volwassenheid blijkt grilliger dan hij zich had voorgesteld. ‘Lentekind’ is een coming-of-ageroman: een verhaal over opgroeien, zoeken en langzaam ontdekken wie je bent.
Het verhaal begint wanneer Woody vier jaar oud is en voor het eerst naar school gaat. Net als in Zondagskind voelt hij zich er niet direct thuis. Ook hij ervaart de juf als onvriendelijk en merkt dat hij anders is dan de andere kinderen. Daar houden de overeenkomsten grotendeels op, want ‘Lentekind’ vertelt een heel eigen verhaal.
Fantasie
Woody bezit een levendige fantasie. De ene keer is hij Harry Potter, de andere keer Pippi Langkous. Die fantasiewereld biedt hem houvast in een werkelijkheid waarin zichzelf zijn niet vanzelfsprekend is. Misschien is dat wel een van de belangrijkste thema’s van het boek: jezelf zijn is soms moeilijk, maar jezelf niet kunnen zijn is nog veel moeilijker.
Relatie
Tijdens zijn puberteit krijgt Woody een relatie met Renée. Ze leren elkaar beter kennen tijdens een schoolreis naar de Ardennen. Tijdens een spelletje Truth or Dare krijgen ze de opdracht elkaar te zoenen. Geen van beiden vindt dat een straf. Integendeel, de spreekwoordelijke vonk slaat over. Vanaf dat moment lijken ze een stel.
Toch blijft Woody worstelen met zijn gevoelens. Hij geeft om Renée. Ze ondernemen leuke dingen, dansen samen en voeren goede gesprekken. Maar langzaam merkt hij dat hij opziet tegen hun afspraken. Bij jongens voelt hij juist de verliefdheid waar hij zo naar verlangt. Dat besef maakt hem bang. Al als kind werd hij gepest en uitgescholden voor ‘homo’. Het liefst wil hij gewoon zijn zoals iedereen. Dus doet hij wat veel leeftijdsgenoten doen: stoer gedrag vertonen, naar feestjes gaan en alcohol drinken, in de hoop erbij te horen.
Een van de mooiste scènes speelt zich af tijdens een boottocht met zijn ouders en Valentijn, een vriend van zijn vader. Woody mag hem graag, totdat Valentijn voorzichtig vraagt naar zijn liefdesleven. Dat voelt ongemakkelijk, juist omdat zijn ouders erbij zijn.
“Valentijn lacht: ‘Wie is ze? Of hij. Dat kan natuurlijk ook.'”
Woody zucht en antwoordt uiteindelijk schoorvoetend:
“Renée.”
Zijn ouders reageren enthousiast, maar Woody voelt de irritatie in zichzelf oplopen. Waarom mag iedereen zomaar zulke persoonlijke vragen stellen?
Hij kaatst de bal terug.
“En jij, Valentijn? Wanneer heb jij voor het laatst een vriendin gehad? Of ben je soms homo?”
Zijn vader reageert boos, maar Valentijn lijkt juist te begrijpen wat er achter Woody’s reactie schuilgaat. Ondertussen wordt de relatie met Renée steeds serieuzer, maar ook kwetsbaarder. Uiteindelijk maakt Woody het vrij onverwacht uit. Wanneer zijn zus Lara ernstig ziek wordt, komt alles in een stroomversnelling. Juist haar wil hij vertellen dat hij op jongens valt. De gedachte dat zij misschien zou overlijden zonder haar broertje echt te kennen, is voor hem ondraaglijk.
Leeservaring
Het taalgebruik is eenvoudig, maar nergens kinderachtig. Dat maakt deze uitgave toegankelijk zonder afbreuk te doen aan de gelaagdheid van het verhaal. De zoektocht naar identiteit, het gevoel anders te zijn, verliefd worden op jongens terwijl je een relatie hebt met een meisje en daarnaast de ziekte van een geliefde zus: het zijn serieuze thema’s. Wat mij opviel, is dat deze hertaling heel natuurlijk leest. In ‘Zondagskind’ in eenvoudige taal herkende ik vaak duidelijk de stem van Judith Visser, maar sommige vereenvoudigde zinnen voelden voor mij net iets te kinderlijk aan.
Bij ‘Lentekind’ had ik dat veel minder. De tekst behoudt een prettig ritme en leest vloeiend, terwijl de eenvoud behouden blijft. Juist daarom ben ik nieuwsgierig geworden naar het oorspronkelijke boek. Dat heb ik nog niet gelezen, maar het staat hoog op mijn verlanglijstje. Van het origineel las ik alvast een preview. De meeste scènes en dialogen herkende ik direct.
Dat geeft mij veel respect voor het werk van Carola Janssen. Zij heeft niet alleen de gebeurtenissen behouden, maar ook de sfeer en de emotionele zoektocht in het verhaal. De rauwheid, de kwetsbaarheid, de relaties en de zoektocht naar jezelf deden mij regelmatig denken aan ‘Nocturne voor Messina’ van Boris Eustatia.
Voor lezers die graag een toegankelijk geschreven roman lezen zonder dat de inhoud aan kracht verliest, is ‘Lentekind’ in eenvoudige taal wat mij betreft een geslaagde hertaling.
‘Lentekind’ hertaald door Carola Janssen is verkrijgbaar onder deze link:
https://eenvoudigcommuniceren.nl/product/lentekind-in-makkelijke-taal
Previous Post


