‘Ik wil weten’ – Patricia Huisman

‘Ik wil weten’ geschreven door de Nederlandse schrijfster Patricia Huisman en uitgegeven in eigen beheer.

Dit is een boeiende autobiografie die een psychologisch maatschappijkritische verhandeling vormt. De auteur verdient alle lof, zij heeft zich er met dit boek niet makkelijk vanaf gemaakt.
De auteur beschrijft hoe zij opgroeit in een ontregeld gezin als nummer drie van uiteindelijk zeven kinderen. Een autistische aanleg maakt dat ze eerlijk is. Daar trouw aan, kan ze niet tegen leugens en bedrog. Toch gaat deze autobiografie niet zozeer over een opgroeien met autisme, maar haar opgroeien als kind binnen een disfunctionerend gezin.

Levensloop

Twee ouders die om hun kinderen geven, zorgzaam zijn en toch vaak niet in staat blijken om de kinderen de nodige veiligheid en voorbeelden te geven, die kinderen minimaal voor het leven nodig hebben.
Moeder Elisabeth in dit boek; vroeger zelf gemanipuleerd en overheerst door haar moeder, bleef hierdoor emotioneel zèlf een kind. Ze heeft het verstand van een volwassene maar veel moeite verantwoordelijkheid te dragen.

De emigratie naar Australië waar vader Ad zijn hoop op een betere toekomst op vestigde mislukt faliekant. Vader Ad vindt geen werk en zijn vrouw Elisabeth, die hij liefkozend Beppie noemt kan er niet wennen en daarom gedwongen onverrichter zaken terug te moeten keren naar Nederland.
Hoe de eerste drie jonge kinderen; een peuter, een dreumes en de baby: Patricia zélf, deze reis hebben ervaren, wat dit met hun gevoel van veiligheid deed, komt verderop in het boek aan de orde.

Na aankomst in Australië is moeder Elisabeth van het ene op het andere moment verdwenen.
Een van de zussen van Patricia raakt in paniek: “Waar is ze nu? Vader is ook al ineens verdwenen! En Patricia: ‘Ook ik ben doodsbang! We zijn inderdaad op een wildvreemde plek; zonder moeder en vader bij een onbekende vrouw! Paniek en noodweer gaan in hóógste stand; eerst heftig, ontroostbaar huilend en als dit niets oplost ontbrandt er woede bij het machteloos verzet. Ook tegen goedbedoelde aanrakingen en voedsel van deze wildvreemde mevrouw!

Perspectief van de ouders

Het verhaal begint vanuit het perspectief van moeder Elisabeth, Beppie genoemd door haar man Ad. Op dat moment, op haar middelbare leeftijd is haar eerdere kanker teruggekomen. Ze is nu uitbehandeld en op haar sterfbed kijkt ze terug op haar leven. Verdriet en spijt over hoe haar leven is verlopen is voelbaar. Ook haar eigen tekortschieten in het geheel van de opvoeding. Ze overlijdt kort daarop. Het jongste kind, de enige zoon is dan twaalf jaar en lijkt het verlies van zijn moeder te ontkennen en gaat stoer zijn eigen gang. Toch heeft hij met zijn zus, Patricia, een sterke band en kreeg veel steun van haar.
Dan komen in de autobiografie, de ouders opnieuw aan het woord, ieder met een eigen achtergrond; hun ervaringen; gevoelens en gedachten.

Opvallend is hoe goed Patricia zich in hen verplaatst en haast letterlijk in hun schoenen staat!
Ze beschrijft de jeugd van de vader, die een strenge opvoeding kreeg: Fout was fout ! Echter daar lijkt hij opmerkelijk ongeschonden te zijn doorgekomen!

Verwachtingsvol laat hij zich als jongeman inlijven voor bij de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië. Om daar te helpen orde en rust te scheppen? Nee, de werkelijkheid is heel anders. Deze jongens als officieel in Nederlandse Geschiedenis bekend, komen in een gruwelijke wrede guerrillaoorlog terecht. Een hel waarin ze elk moment voor hun leven en dat van hun kameraden te vrezen hebben

Universiteit en wetenschappelijk denken

Patricia vervolgt haar relaas. Ze heeft inmiddels al een paar banen gehad maar kon daar in haar wetenschappelijke interesse niet in kwijt. Uiteindelijk krijgt ze dan toch een functie binnen een Universiteit en maakt deel uit van een onderzoeksgroep.


Haar interesse ligt bij het Wetenschappelijk denken en redeneren. Relevant Onderzoek wordt kritisch bestudeerd: hoe komen wetenschappers tot hun theorieën? Hoe komt men tot conclusies? Welke denkfouten worden gemaakt? Ze wil de wetenschappelijke wereld oprecht verder helpen en wil alles eerlijk weten. Echter om überhaupt wetenschappelijk onderzoek te starten is een hoogleraar nodig. Ook om je werk te promoten! De betrokken hoogleraar steunt haar werk en ziet de waarde in van wat zij onderzoekt. Hij waardeert haar bijzondere moed en eerlijkheid.

Hij komt echter wel met een waarschuwing: haar onderzoekswerk kan verkeerd worden opgevat. Ze loopt dan risico’s en zou haar verdere carrière kunnen schaden. Dit is hachelijk en vergt werkelijk grote moed.
Hij steunt haar echter toch haar werk door te zetten. Helaas wordt deze promotor in korte tijd ernstig ziek en overlijdt. Zonder overleg wordt ze dan overgedragen aan een heel andere promotor:
  ‘

‘Er komen sterk waarschuwende afkeurende woorden van deze nieuwe Prof. Ik voel de dreiging!’. En vastberaden, mogelijk nog gesterkt door de steun van de overleden Hoogleraar verteld Patricia: ‘Graag wil doorgaan en zeg dat ook!’
Dan doet hij er echter nog een fikse schep bovenop en zet haar klem met ‘’ Als jij weigert en toch doorgaat zal ik ervoor zorgen dat je nergens, dus op geen enkele universiteit meer een baan zult krijgen.
 Ik ken zijn statuur en weet dat hij dat kan. En zit versteend aan tafel.

Ze houdt voet bij stuk en wordt dan inderdaad de laan uitgestuurd. Ze belangt in een existentiële crisis met blijvende rouw. Ook omdat de universiteit zich niet meer aan diens wetenschappelijke verantwoordelijke taak houdt en andere belangen vooropstelt. Haar grote hart voor wetenschap is er niet gewenst. Dit juist in een wereld waar je dat wel zou verwachten. Toch pakt zij de draad weer op. Hoe het verder gaat lees je in; “ Ik wil weten.”

Ik wil weten – mijn leeservaring

De titel sprak mij aan en sluit aan bij hoe ik zelf in het leven sta. De omslag vind ik wat minder prettig. Een ruis, zoals het sneeuwbeeld op de televisie. In beeld staat een soort standbeeld zonder gezicht.

Hoewel het geen leuk of makkelijk boek is, kwam ik al lezende vrij goed in het verhaal. Het is invoelbaar verhalend geschreven. Opvallend genoeg komen alle zeven kinderen aan het woord. Al deze verschillende perspectieven maken het boek veelzijdig en zorgen dat je je in zowel de ouders als de kinderen goed kunt inleven. Het had het boek een warmere uitstraling gegeven als de kinderen ook een naam hadden gekregen. De band met haar broer en hoe ze elkaar steunen, zit echter mooi verweven in dit boek.

De familie-vete interesseerde mij minder. Het las soms als een soort afrekening. Ik begrijp echter dat het belangrijk is om dit er zeker bij te betrekken en “er een boekje over open te doen.“ Bijvoorbeeld over het criminele gedrag van met name de jongste zus. Patricia reflecteert ook op haar eigen schrijven;

“Is het arrogant om zo te praten over je familie? Of respectloos? Ik vind van niet. Het is eerlijk. Eerlijk is wat iedereen zou moeten zijn over zichzelf en anderen!
Zodat we precies weten wat het werkelijk aan de hand is. En daar onderzoekend over na kunnen denken. En we begrijpen. Dan meer inzicht krijgen in onszelf en de en het geheel. Dit is van belang voor voldoening in relaties. Ook in jezelf.”

Sitenote: Byron Katie – de realiteit is wat het is – leer een hond miauwen en die blijft maar blaffen.
Belangrijke actuele thema’s komen voorbij; het frauderen met cijfers op universiteiten; het Toeslagenschandaal en de misstanden binnen Jeugdzorg. Kinderen in een pleeggezin of Internaat worden niet zelden mishandeld en misbruikt. De auteur ziet zichzelf als een misfit met de maatschappij.

Herkenning.

De auteur begrijpt dat veinzen en draaien en liegen vaak psychische noodgrepen zijn en ontstaan in de kindertijd uit angst om bijvoorbeeld de liefde of goedkeuring van de ouders te verliezen. Ze heeft er dus wel empathie voor, zonder het daarmee recht te praten.
Nu ik deze recensie schrijf, zelf gediagnosticeerd met autisme toen ik zes jaar was, vond ik herkenning in het boek. Over eerlijk zijn en waarde hechten aan feitenonderzoek; de consequenties dragen van de waarheid, is minder pijnlijk dan leven in een leugen.

Niet omdat Patricia een eenling wilde zijn maar omdat ze niet anders kon als trouw blijven aan haarzelf.

“Ik ben altijd een eenling geweest. Dat was geen bewuste keuze. Het is mij simpelweg niet gelukt op te gaan in de stroom van voetgangers; slijmen en veinzen om dan mezelf te verliezen. De drang in mij om te willen weten was onstuitbaar en die ging daarin vanzelf zijn eigen weg.”