Eén jaar uit het leven van P.M.C.J.S.

Deze recensie is geschreven door: Sarah Morton
‘Eén jaar uit het leven van P.M.C.J.S. – Jaar van honger en muziek’ van Rosemarijn Milo kwam hier binnen en viel me meteen op. Haar vorige boek, een biografische roman ‘Een vervlogen droom’ gaat namelijk over het korte leven van haar grootmoeder Guusje. Het raakte me diep en bleef nog lang in me nazinderen. Want wat gebeurt er met een mens, een vrouw, wanneer je eenmaal als volwassene nog steeds als een onmondig kind wordt behandeld?
In dat eerdere boek wordt verteld dat Guusje en haar man Karel zielsveel van elkaar houden maar elkaar tegelijkertijd niet goed begrijpen. Er speelt natuurlijk ook de harde werkelijkheid van die tijd; de vrouw behoorde strikt ondergeschikt te zijn aan haar man. Wat ook nog wettelijk was vastgelegd. Een keihard gegeven. Ook nu vandaag ook. Want nog steeds denken velen dat vrouwen van mannen een gelijke behandeling krijgen. Dit is helaas de utopie die in dagelijkse realiteit nog schuurt en op vele fronten zeer pijnlijk is. Denk aan de verschillen in salaris voor dezelfde functie en hetzelfde werk.
‘Jaar van honger en muziek’ (de ondertitel) geschreven door Rosemarijn Milo en uitgegeven door U2pi markeert zich inderdaad opnieuw met een kernpunt welke me niet meer loslaat; het diepe verlangen naar een gelijkwaardige relatie. En samen daardoor de vrijheid te ervaren die met liefde natuurlijke gelijkwaardigheid schenkt.

Dagboekroman
In dit nieuwe boek kiest Rosemarijn voor een dagboekroman. Ditmaal door de ogen van haar moeder Marth. Een keuze die veel moed toont en tegelijk kwetsbaarheid. Zodra ik het boek in mijn handen heb valt me op hoeveel zorg eraan is besteed. Op de omslag staat een ansichtkaart van de straat waar het gezin vroeger woonde. De leesflappen geven het boek letterlijk en figuurlijk de nodige stevigheid. Het zijn deze kleine details die de liefdevolle aandacht van de maker tonen. Dus mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik begon dan ook met oprechte belangstelling aan dit boek.
Hongerwinter
We belanden in de hongerwinter, waar er te kort is aan alles: stroom, gas, kolen warmte, kleding en vooral eten. Tijdens het lezen voelde ik steeds sterker hoe beklemmend het moet zijn geweest om dag na dag in angst te moeten improviseren om je hele gezin in leven te houden.
Het verhaal van moeder Marth kent veel verlies. Haar eigen moeder Guusje sterft wanneer zijzelf nog maar vier jaar oud is. Jaren later inmiddels zelf moeder verliest zij tijdens de oorlog haar eerste kind Robje; dan nog geen zes jaar oud. Het jongere zoontje Guusje vernoemd naar zijn grootmoeder maakt echter de bevrijding mee. Die wetenschap geeft een sprankje hoop, maar de weg naar vrede en een beter leven is erg zwaar.
Een van de meest indringende thema’s in het boek is de ware toedracht achter het overlijden van Marths moeder Guusje, als haar jongere halfzusje onverwacht onthult dat Guusje niet aan de Spaanse griep is gestorven maar aan een mislukte abortus! Dat voelt als een klap. Ook voor mij als lezer. Marth blijft achter met vragen die zich dieper vastzetten:
Was mijn moeder wel blij met mij? Waarom nam zij nou zo’n risico? Waarom midden in een oorlog en zonder arts?
Het zijn vragen die nog blijven nagalmen. De stijl van het boek is eenvoudig en direct. Het verhaal beweegt voort en beter gezegd: het dendert als een trein. Juist die vaart past bij de voortdurende druk van een dagelijks overleven. Marth, de hoofdpersoon in het boek van haar dochter Rosemarijn, spaart zichzelf niet. Ze schrijft over haar jaloezie: haar ongeduld; haar uitvallen tegen de kinderen. Daardoor wordt ze geen heldin, maar een mens van vlees en bloed. Tegelijk voel je hoezeer zij van haar zoontjes houdt. Ze probeert, tegen de verdrukking in, momenten van warmte te scheppen met hen voorlezen, spelletjes doen als kleine eilandjes van nabijheid.
Muziek
Henk, haar man, leeft voornamelijk voor de muziek. De dagelijkse zorg rust daardoor grotendeels op Marths schouders, ook wanneer zij hoogzwanger is. Toch is diezelfde muziek een van de weinige lichtpunten in haar leven.
“Moet proberen een weg te vinden voor mijn boosheid. Met Henk kan ik nergens over praten. Ik kan mijn zorgen niet met hem delen. Alles alleen, altijd alleen. Het enige wat me een beetje rustiger kan maken is als Henk de Berceuse van Chopin speelt. Dat doet hij dan niet voor mij maar voor zichzelf. Geeft niet. Dan denk ik maar dat veel mensen zelfs dat niet hebben.”
In zulke passages wordt haar eenzaamheid bijna tastbaar.
Honger en nieuw leven
Intussen neemt de druk verder toe. Het eten wordt schaarser, de jongetjes worden mager en ziekelijk en toch groeit er nieuw leven in haar. De baby Rosemarijn doet het wonderwel goed. Ze drinkt, groeit en lacht; ze wordt het zonnetje in huis. Juist dat contrast maakt de situatie schrijnend én ontroerend.
“Het mag een wonder heten. Mijn baby maakt het goed. Zij drinkt goed en komt goed aan. Hoe anders dan haar moeder. Ik val alleen maar af. Maar wat wil je? Wij hebben helemaal niks meer te eten.”
En: “Ik heb de baby net weer gevoed en teruggelegd in de wieg. Het is een tevreden baby. Een Godsmirakel onder deze omstandigheden en ze is meteen weer gaan slapen.”
Uiteindelijk nemen Marth en haar man Henk een besluit dat geen enkele ouder lichtvaardig neemt: hun zoontjes worden naar Friesland gestuurd waar nog te eten is. Als lezer voel je de hevige verscheurdheid die onder die keuze ligt. Hoewel de relatie tussen Rosemarijn en haar moeder later beladen zou zijn; zij ervoer haar moeder later als veeleisend en onaangenaam, weet de auteur zich opmerkelijk invoelend in haar moeders perspectief te verplaatsen.
“Mijn moeder, door dat leven niet gespaard: kind van een veel te vroeg gestorven moeder – moeder van een veel te vroeg gestorven kind.”
Die zin in het voorwoord blijft sterk hangen. Hoe Marth zich staande houdt in het zwaarste oorlogsjaar en de hongerwinter wekt onvermijdelijk respect en diep medeleven. Het boek is als klein historisch document los te lezen, maar vormt tevens het slot van een drieluik na ‘Een vervlogen droom’ en ‘Het hoge woord’.
Leeservaring
‘Eén jaar uit het leven van P.M.C.J.S. – Jaar van honger en muziek’ leest meeslepend. Tijdens het lezen kreeg ik steeds sterker het gevoel dat Rosemarijn met dit boek niet alleen een verhaal wilde vertellen maar ook haar moeder recht wilde doen. Wat mij betreft is zij daarin volkomen geslaagd. De inlegvellen waarin de auteur haar eigen gedachten en gevoelens deelt, geven het boek een opvallende extra gelaagdheid. Achterin is het muziekblad van de Berceuse van Chopin opgenomen als een tastbare echo van het verhaal.
De foto’s en afbeeldingen maken het geheel tot een klein kunstwerk. Of misschien beter tot een klein muziekstuk waarin stilte en pijn samenklinken en vrede vinden. Ik kijk nu al met belangstelling uit naar wat nog zal volgen van deze bijzondere auteur.
Previous Post
Next Post


